Repelsteeltje

(Rapunzel – Raponsje)

Geef nooit op!

Er was eens een oude heks die een grote kruidentuin had met een hoge muur er omheen. Haar buurvrouw was in verwachting van een kindje. Op een avond kreeg ze vreselijk veel trek in repelsteeltjes, een soort van wilde blaadjes sla. ‘Ach, smeekte ze haar man, kan jij niet aan de buurvrouw vragen of je wat repelsteeltjes mag plukken?’ ‘Ik klim wel over de muur en pluk snel wat, ze zal een paar van die blaadjes sla echt niet missen’, antwoordde haar man, maar net nadat hij wat repelsteeltjes geplukt had, stond de buurvrouw ineens voor zijn neus. ‘Dus jij steelt mijn heerlijke groente?’ ‘Ach, b-b-buurvrouw’, stotterde hij angstig, het spijt mij zo!’. ‘Ik laat je nu gaan’, zei de heks, maar dan moet je mij jullie eerste kindje geven!’ De man dacht eerst nog dat de buurvrouw een grapje maakte, maar tenslotte moest hij wel toestemmen, om nog weer thuis te komen, bij zijn zwangere vrouw. Dezelfde nacht werd het kindje geboren, eem dochtertje. De heks haalde het meisje meteen bij hen weg en de wanhopige ouders konden alleen maar toekijken. Ze werden meteen ziek van verdriet.

De heks noemde het meisje Raponsje. Ze mocht niet naar school en had geen vriendinnetjes. De heks wilde niet dat ze andere mensen zag en het meisje voelde zich vreselijk alleen. Raponsje was erg mooi. Ze had goudglanzend haar dat zo lang was dat ze er een heel lange vlecht van had gemaakt. Op zekere dag besloot de heks om Raponsje op te sluiten in een hoge toren in het bos.Hier ben je veilig en kan je niks gebeuren’, zei de heks. Elke dag bracht de heks eten en drinken naar Raponsje, boven in de toren. Onder aan de toren riep ze dan: ‘Raponsje, raponsje, laat vallen je haar, jouw lokken zijn een ladder, zo kom ik daar’.