Pas op voor Verleidingen
Er was eens een arme houthakker, die met zijn twee kinderen en hun stiefmoeder aan de rand van een groot dorp woonde, vlakbij een bos. De kinderen heetten Hans en Grietje.
Op een avond, toen de kinderen al naar bed waren, zei de houthakker tegen zijn vrouw: ‘Al ons geld is op en we hebben bijna geen eten meer. Ik weet niet hoe het verder moet.’ ‘We kunnen de kinderen achterlaten in het bos, zodat ze de weg naar huis niet meer kunnen vinden’, opperde de vrouw. ‘Achterlaten? Dat kun je niet menen!’, maar hoe de vader ook protesteerde, zijn vrouw was vastberaden.
Ondertussen hadden Hans en Grietje alles gehoord. Hun ouders dachten wel vaker dat ze aan het slapen waren, maar dan zaten ze stiekem boven op de trap, om mee te luisteren. Grietje moest meteen huilen, maar Hans zei: ‘Ga maar lekker slapen, zusje. Ik heb een plannetje!” De volgende ochtend vertrokken ze met zijn allen om hout te sprokkelen voor de kachel in het bos.
Hans had een heleboel kiezelsteentjes in zijn zak, waarvan hij er steeds eentje liet vallen, terwijl ze steeds dieper het bos in wandelden, achter hun vader en moeder aan, die steeds meer takken aan het dragen waren. Nadat ze uren gewandeld hadden in het bos, gingen ze eindelijk uit rusten. Hun vader had de laatste broodjes meegenomen en zwijgend aten ze allemaal een hapje en dronken wat van het water dat vader had meegenomen in een plastic fles. Hans en Grietje waren zo moe geworden, dat ze in slaap vielen.
Toen ze wakker werden, waren ze helemaal alleen. Het werd al donker. ‘Ik weet de weg naar huis nooit meer te vinden’, snotterde Grietje. ‘Maar ik wel!’, zei Hans. ‘Kijk maar …’ In het licht van de opkomende maan werd zijn spoor van kiezelstenen duidelijk zichtbaar. Het leidde hen terug naar huis.
Een paar weken later, nam vader Hans en Grietje nog dieper mee het bos in. Deze keer had Hans geen steentjes kunnen verzamelen, dus verkruimelde de slimmerd onderweg zijn brood. Maar hij had niet gedacht aan de vogels, die alle kruimeltjes opaten. Moe en hongerig dwaalden Hans en Grietje door het bos, terwijl hun vader inmiddels uit het zicht verdwenen was. Ineens zagen ze een lief klein huisje midden in het bos staan! Het was een snoephuisje! Met gesuikerde muren vol zoute krakelingen van dropchocola en speculaas. Meteen begonnen ze ervan te smullen. Toen klonk er plotseling een krakerige stem:
‘Knibbel Knabbel Knuisje, Wie knabbelt er aan mijn Huisje?’
Een krom oud vrouwtje met een haakneus kwam naar buiten. ‘Kom toch binnen, ik ben net pannenkoeken aan het bakken, ‘zei ze vriendelijk. Dat lieten ze zich geen twee keer zeggen en ze stapten het huisje binnen. Meteen duwde de oude vrouw de deur met een smak dicht! Ze pakte Hans stevig vast en kraste: ‘Vanaf nu zijn jullie van mij! En als jullie het nog niet doorhadden…Ik ben een heks! Hihahaaa!’ Haar valse lach klonk verschrikkelijk. De heks sloot Hans en Grietje op in een hok met tralies en zette er voor de zekerheid een valse hond bij in. ‘Jullie moeten eerst lekker dik worden, want ik ga jullie opeten! Hihahaa!’
De dagen erna mocht Grietje alleen het hok uit om hout te sprokkelen, de vloer te boenen van het huisje van de heks en veel eten koken want alleen Hans moest uiteindelijk vetgemest worden. De heks had slechte ogen en voelde elke dag aan de vingertjes van Hans of ze al dikker werden. Bij het houtsprokkelen kreeg Grietje een goed idee. Ze liet Hans een dun takje door de tralies steken.
Zo had de heks niet in de gaten dat Hans al behoorlijk dik was geworden. Ze dacht dat ze aan zijn vinger voelde en riep: ‘Nog steeds te mager! Grietje, bak nog wat meer spek voor je broer.’ Op een dag vond de heks het wel welletjes. ‘Dan eet ik vanavond maar een mager lapje jongetjesvlees. Grietje maak de oven goed heet!’ Grietje schrok. Door de tranen lukte het niet om het vuur goed op te stoken. De heks werd ongeduldig: ‘Ik zal zelf eens laten zien hoe dat moet. Aan de kant, domme Gans!’ Die woorden maakten Grietje opeens verschrikkelijk kwaad! Toen de heks zich voorover boog om in het vuur van de oven te poken, nam Grietje een aanloop en BAM! Ze duwde de heks de oven in en sloot het deurtje.
‘Hoeraaa!’, juichte Hans. ‘Ik heb nog een verassing voor je, Hans.’ Grietje opende een la vol met prachtige edelstenen die ze tijdens het boenen had gevonden. Ze vulden hun zakken met de stenen en vonden hun huis gelukig snel terug.
Hun vader huilde van geluk. ‘Oh, ik schaam me zo dat ik jullie in de steek gelaten heb!’ ‘Jullie stiefmoeder wil ik nooit meer zien’, snotterde hij. Toen lieten Hans en Grietje de edele stenen zien. ‘Kijk, al onze geldzorgen zijn voorbij, maar het allermooiste is dat ik jullie terug heb’, zei de houthakker. En ze leefden nog lang en gelukkig.