Samen Sta je Sterk
Er was eens een gemene Koningin die een mooie, lieve dochter had. Als iemand de koningin tegensprak, kwam de beul en HAK! Dan werd diegene zomaar onthoofd. ‘Net goed!’ zei de Koningin dan.
Veel dienaren kwamen om de hand van de Prinses vragen. De Koningin verzon dan een onmogelijke opdracht. Kon zo’n dienaar die volbrengen, dan mocht hij trouwen met de Prinses. Maar lukte dat niet, dan…HAK! Kop eraf. Zo moest een Prins eens het gehele volkslied achterstevoren zingen. Net als vele anderen voor hem, overleefde hij het niet. ‘Net goed!’, zei de Koningin dan weer.
Op een mooie zomerdag reisde er eens 1 Dappere Dienaar* naar het verre Koninkrijk. In zijn eigen Koninkrijk had hij gehoord van de mooie en lieve Prinses en ook hij zou graag naar de hand dingen van de Prinses. Vol goede moed ging hij op weg.
Na een paar dagen ontmoette hij een man die Dienaar 2, of Meneer Putoor heette. Die had zulke grote oren, dat hij het gras kon horen groeien. Zo’n dienaar kon de prins wel gebruiken. ‘Ga je met me mee? vroeg Dienaar 1. ‘Heel graag’ zei Dienaar 2.
Een tijdje later zagen ze een heel lange man, die zojuist een rondje om de kerk had gereisd. Hij stelde zichzelf voor als Dienaar 3, of Meneer Langnek. Hij was niet alleen heel lang, misschien was hij wel twee meter groot, maar hij had ook een ingenieuze, uitschuifbare nek! Daarmee kon hij zijn eigen hoofd omhoog brengen en boven alles en iedereen rondkijken, om zijn nek daarna weer naar beneden te kunnen schuiven, totdat zijn hoofd weer vast op zijn romp leek te staan. Daarmee had hij tegelijkertijd de hele wereld rond gerend in 8 seconden, want dit was een van de eerdere onmogelijke opdrachten van de Koningin, waarmee ze een weddenschap had afgesloten met een paar andere hofdames dat het sowieso nooit iemand zou lukken om de hele wereld rond te reizen in 88 dagen. Jammer genoeg maakt het niet meer uit dat de eerste drie dienaren deze onmogelijke opdracht hadden uitgevoerd, of dat de Koningin deze weddenschap verloren had, want zij had deze weddenschap ooit afgesloten met haar oude hofdames en niet met de drie dienaren.
Dienaar 3 bleek bovendien over een heuse tijdmachine te beschikken, die men ook wel een ‘mobiele telefoon’ of een ‘eye-pad’ noemt. Met de huidige technologieen van het internet was het vrij gemakkelijk voor de drie dienaren om ondertussen aan een van de andere onmogelijke opdrachten van de gemene Koningin te voldoen.
De drie dienaren liepen een stukje verder door het gras van het Koninkrijk. Daar zagen ze een reusachtig dikke man in het gras liggen. Hij vertelde dat hij altijd honger en dorst had. ‘En het gekke is, hoe meer ik eet, hoe meer honger ik krijg, zei dienaar4, die eigenlijk Meneer Neuvelbreuk heette. Ook hij voegde zich bij Dienaar 1.
Weer een paar dagen later, liet een andere man, met een doek voor zijn beide blinde ogen, zien waarom hij Dienaar 5, of Meneer Kogelogen heette. Hij trok het doek een klein stukje omhoog en keek naar de oude boomstronk die een eindje verderop stond. Meteen spatte de stronk in wel duizend stukjes uit elkaar, in wel duizenden1 stukjes openhaardhout-houtjes, die ook wel splinters heten. ‘Dat noem ik nog eens een dodelijke blik!’, lachte de Dappere Dienaar.
Het kleine, maar gezwellige gezelschap aan 5 Dienaren te paard reed al keuvelend langzaam door een uitgestrekt, donker bos dat vol stond met Enge Bomen. Men noemde dit in de volksmond ook wel ‘Het Enge Bos’. Na een paar dagen zo door de eindeloze bossen getrokken te hebben, kwamen de Prinsen een vreemde man tegen die heel dikke winterkleren droeg, ondanks het warme weer. Klappertandend met klapperende kaken legde hij uit: ‘Hoe w-w-warmer het weer wordt, hoe k-k-kouder ik het k-k-krijg! Dienaar6 of Ja-ja-jan Pierlala tot K-K-Kouwkleum is de naam!’. ‘Aangenaam!’, riepen de andere dienaren in koor. De kleine stoet van paarden trok rustig verder, terwijl Prins Kouwkleum, zich lijdzaam achter de rij aansloot, nog steeds bibberend van de kou, maar zielsgelukkig dat hij de andere dienaren was tegen gekomen in het Enge Bos.
Na een kleine week zagen ze ze boven de bomen van het bos een hoofd uitsteken. ‘He, he’, zijn jullie er eindelijk?’, riep het hoofd, dat op een enorm lange nek vast zat. ‘Ik zag jullie uren geleden al aankomen!’ ‘Mijn naam is Dienaar 7 ofwel Meneer Langnek, om U te dienen’. Tenslotte kwam de Bonte Stoet aan bij Het Kasteel van de gemene Koningin. Dienaar 1 ging meteen naar binnen en de Koningin zei vals: ‘Dus jij wilde met mijn dochter trouwen?! Dan moet je zorgen dat ze binnen een Drents Kwartiertje hier voor me staat!’ ‘Hhahahahah’, dat lukt je toch nooit!’ riep de Koningin hem nog achterna: ‘Wat zonde dat je mooie koppie er straks af moet! Hahahah!’
‘Kom op, mannen!’ riep dienaar 1, ‘We moeten de Prinses heel snel vinden’. Dienaar 2 legde onmiddelijk zijn beste linkeroor op de grond. ‘Ja, ik hoor het arme meisje heel zacht huilen! Het komt van die kant.’ Dienaar 2 rekte meteen zijn lange nek uit en vertelde aan de andere dienaren dat hij de Prinses aan de andere kant van het land zag zitten.’
‘Eropaf!’ riep dienaar 1 en hij sprong op zijn paard, net als de andere dienaren. Zij reden op hun prachtige paarden razendsnel door het hele Koninkrijk, tot een Groot Meer hen de weg versperde. ‘Ik had net vreselijke dorst!’ riep dienaar 7, die alleen maar papier gegeten had. In een teug dronk hij al het water op, die in een groot glas toevallig langs de kant van de weg stond, op een klein rond tafeltje. Snel gingen ze verder, tot ze bij een enorme rotswand kwamen.
‘Hmm, hier kan zelfs ik met mijn witte paard niet overheen’, zei Dienaar 1. Maar Dienaar 5 met zijn Kogelogenhaalde weer het doek van zijn ogen en BAM! de rots spatte uiteen in Miljoenen kiezelsteentjes. Achter de rots bleek de Prinses te staan, die vanzelf heel blij was dat ze net op tijd terug gevonden was! De Koningin brulde woedend : ‘Das kann doch nicht wahr sein!’ en ter plekke ging ze in rook op. ‘Net goed!’ zei de Prinses blij. Ze trouwde met dienaar 1 en iedereen was de gemene Koningin al gauw vergeten. Na een fantastisch groot feest dat drie dagen en drie nachten zou duren, waren de Prinses en haar Prins met elkaar getrouwd en iedereen in het gehele Koninkrijk leefde nog lang en gelukkig!
*Voetnoot : Dinar (Arabisch en Perzisch: دينار; Macedonisch: Денар / Denar, Servisch: Динар / Dinar) is de naam gegeven aan munteenheden in de Arabische wereld en in het voormalige Joegoslavië.
De naam dinar (of denar) is afgeleid van de Romeinse munt denarius
De dinar was een gouden munt die voor het eerst werd gemunt in het nieuwe Arabische Rijk onder de regering van de Omajjadische kalief Abd al-Malik (685-705). Deze munt was een vervanging van de Byzantijnse solidus, die toen nog veel in omloop was. De munten hadden een afbeelding van de kalief op de ene kant en een tekst op de andere zijde. De munten werden vooral geslagen in Syrië maar werden in het gehele Arabische Rijk gebruikt. De munten hadden een uiterst constant niveau van gehalte en gewicht.