Heilig Boontje komt om zijn Loontje
Er was eens een lieve moedergeit die zeven kinderen had. Ze woonden in een leuk huisje in het bos. Op een dag zei de moedergeit: ‘Kindjes, ik ga boodschappen doen in het dorp’.
Jullie moeten binnen blijven tot ik terug ben en jullie mogen voor niemand de deur open doen. De wolf houdt van jonge geitjes en hij is heel slim en sluw. Hij zal vast proberen om jullie voor de gek te houden!
‘Mehmehmeh’, mekkerden de geitjes instemmend: ‘Moeoeoe’, riep het jongste geitje en de anderen lachten: ‘Wrong Answer!’ ‘Sorry!’, piepte het geitje. Eigenlijk zei ze het altijd verkeerd.
Toen ze hun moeder uitgezwaaid hadden, deden de geitjes de deur goed op slot. ‘Zullen we gaan Ganzenborden?’ vroeg een van de andere geitjes. ‘Meeehheh… ja, leuk!’ De dobbelstenen rolden nog maar net over de tafel, toen er op de deur werd gebonsd: BOEM! BOEM! BOEM!
Iedereen schrok van de rauwe stem die riep: ‘Ik ben het, moeder, ik ben al terug!’ ‘Daar geloven wij niets van’, riepen de geitjes. ‘Moeder heeft een lieve, zachte stem, maar jij niet, jij bent de wolf! Ga weg!’ Ze wisten dat ze gelijk hadden, want toen ze door het raampje naar buiten keken, zagen ze het gemene beest weglopen. Terwijl de geitjes uit Gieten vrolijk verder speelden, at de wolf een groot stuk KRiJT op. Daar kreeg hij een zachte stem van! Daarna klopte hij weer op de deur van het geitenhuisje en riep: “Hallooo!’ met en veel hogere en zachte stem, dan eerst. ”Ik ben het, moedersss’.
‘Meehheee!’ riepen de geitjes blij! ‘Moeoeoeehoe’, riep het jongste kalfje. Maar toen ze weer door het raam keken, zagen ze een Grote Zwarte Poot op de vensterbank. Het was de wolf weer! ‘Ga weg, wolf! Jij bent het! We zien het aan je zwarte poot, want die van moeder is wit!’
De deur bleef dicht en de wolf werd woest! Hij rende naar de bakker en maakte zijn poot wit met meel. Even later bonsde hij met zijn Grote Witte Poot voor de derde keer op de deur. BOEM! BOEM! BOEM!