Ware schoonheid zit van binnen.
Er was eens een Prins die een echte Prinses zocht. Zoo een in een prachtige roze jurk en met een kroontje op haar hoofd. Hij had de leeftijd om te trouwen, maar hij was erg kieskeurig.
Zoo reisde hij de hele wereld rond: met de vork door de helft en de lepel in zijn kont! Hij ontmoette veel leuke meisjes, maar tsjaa…hij had zijn zinnen gezet op een Echte Prinses en die zijn vrij lastig te vinden. Teleurgesteld na zijn wereldreis, keerde hij naar huis terug.
Nu woonde er in een land, hier heel ver vandaan, een Prinsesje die juist een Echte Prins zocht. Zoo een met een Kroon, een mooie Mantel en een Wit Paard. Ze trok maandenlang door vreemde landen en ontmoette veel knappe prinsen, maar de vonk sloeg nooit over. Toch gaf de Prinses de moed niet op.
Op een avond viel de regen met bakken uit de lucht. Dat kwam door de gebakken lucht van de airfryers. Rond het paleis van de Prins donderde en bliksemde het dat het een lieve lust was. De Prins speelde net een spelletje schaak met de Koning. Plotseling werd er op de Paleispoort geklopt. Wie kon dat toch zijn? Zo laat nog?
Toen de Prins de grote, zware Paleispoort open deed, wist hij niet wat hij zag. Daar stond een meisje dat er vies en verwaarloosd uitzag, samen met haar broertje, dat zo zwart was als roet! Niet zo verwonderlijk als je zo lang in zulk noodweer over modderige wegen had gelopen. Hun haren dropen van de regen en haar prachtige roze jurk was eveneens besmeurd met modder en andere viezigheid. Toch glimlachte ze. De koningin die ook kwam aanstormen, om te kijken wie er aan de deur had geklopt, zei: ‘Laat onze gasten toch binnen!’
Even later vertelde het meisje dat ze een Prinses was, die samen met haar broertje op zoek was naar hun echte ouders. De Koningin geloofde er natuurlijk niets van, dat deze verregende kinderen, Koningskinderen waren, dus verzon ze een plannetje. ‘Kom, ik zal eerst eens een lekker warm bad laten klaarmaken voor jullie! Ik zal het logeerbed laten opmaken, zodat jullie tenminste vannacht hier kunnen blijven slapen!’
De koningin wist heus wel dat alleen de echte Prinsen en Prinsessen niet in staat waren om het kleinste ongemak te kunnen verdragen. Het logeerbed bestond uit wel twintig matrassen boven op elkaar, maar de Koningin legde onder de onderste matras twee kleine kikkererwtjes. De volgende dag kwamen de Prinses en haar broertje uitgerust aan de ontbijttafel zitten. ‘En?’, vroeg de Koningin, ‘Hebben jullie lekker geslapen?’ ‘Ach, zuchtte de Prinses, We hebben vreselijk slecht geslapen, we hebben haast geen oog dicht gedaan! Er lag volgens mij hards iets onder het matras, waardoor we de hele nacht hebben liggen woelen en draaien. ‘Je bent inderdaad een echte Prinses!’, juichte de Koningin opgelucht.
Later bleek dat de Prins verliefd op de Prinses was geworden, vanaf het moment dat zij als een verzopen katje voor de deur had gestaan en het paleis was binnengestapt. ‘Je lachte zo lief naar me’, zei de Prins, ‘dwars door de moddervegen op je gezicht heen’.
Zo zie je maar, het maakt niet uit hoe je eruit ziet. Schoonheid en fijngevoeligheid zitten diep van binnen. De erwtjes werden op een fluwelen kussentje in een glazen kastje gezet. Zo kon iedereen later zien dat het echte erwten geweest waren, die de Prinses gevoeld had. En dat is toch knap. En ze leefden nog Lang en Echt Gelukkig…