Beoordeel iemand niet op iemands uiterlijk
(Don’t judge a book by it’s cover)
Er woonde eens, lang, lang geleden, een prinsesje in een schitterend kasteel. Ze speelde vaak met haar gouden lievelingsbal in de grote kasteeltuin.
Op een dag, ergens in december, speelde het prinsesje opnieuw met haar gouden bal in de tuin, ook al had het net gesneeuwd en was het best wel koud, zo vlak voor de kerst. Maar de bal van goud, stak mooi tegen de witte sneeuw af en de hemelsblauwe lucht. Het prinsesje had een dikke wollen jas aan van witte schapenwol, dus niks kon haar deren.
Plotseling hoorde de prinses kikkertjes kwaken in de diepe sloot die om het kasteel was uitgegraven. Voorzichtig liep ze met haar zwart gelakte lakschoentjes over de sneeuw heen. De sneeuw was nog vers en ze zakte telkens tot haar enkeltjes in de sneeuw, maar als ze snel verder stapte, bleef de sneeuw droog en kreeg ze geen natte sokken. Met een paar extra stapjes was ze bij de kikkersloot aangekomen. Ze telde zeven kikkertjes en begong het liedje te zingen, die ze net had geleerd op school: ‘Er zaten zeven kikkertjes, al in een boerensloot! De sloot was half bevroren, de kikkertjes halfdood. Ze kwekten niet, ze kwaakten niet, van honger en verdriet… er zaten zeven kikkertjes…’
Plots schoot de gouden bal uit haar handen en rolde de vijver in: PLONS! Hij dreef zoo ver van de kant, dat het Prinsesje er niet meer bij kon en vreselijk moest huilen.
Opeens hoorde ze een stemmetje: ‘Kwak is er toch? Kwak is er nou! Waarom huil je nou? Het prinsesje keek verbaasd om zich heen. Haar ene oog viel op een lelijke, dikke kikker die in de vijver zat. Vriendelijk vroeg Kwak de Kikker: ‘Ben je zoo verdrietig, mooie Koningsdochter? ‘Eh… ja’, snikte de Prinses, ‘Mijn bal is in de vijver gerold. Kun jij hem eruit halen misschien? ‘Misschien’, zei de kikker. ‘Kwak krijg ik daarvoor in ruil? Als kik de gouden bal uit de vijver haal?’
Het Prinsesje was zoo blij dat ze haar gouden bal weer terug zou krijgen misschien, dat ze zei: ‘Wat je maar wilt, lieve Kikker. Die bal is me alles waard!’ ‘ALLES?’, vroeg de Kikker.
De kikker dacht even na en zei: ‘Kwil graag je vriendschap hebben. Kwil van je gouden bordje eten, uit je gouden glaasje drinken en alleen maar een nachtje in je Koninklijke goudje bedje slapen… en kwil graag een kwusje van een prinsesje zoals jij!’ ‘Geloof het allemaal wel’, zei het prinsesje. ‘Goed, ik beloof het allemaal!’ Met een paar sprongen was de kikker bij de gouden bal en met gemak duwde hij hem naar de kant. Het prinsesje pakte de bal en rende ermee weg. Ze liet de kikker achter zich en dacht al snel niet meer aan hem.
Een paar dagen later belde de Kikker aan bij het kasteel. De Koning deed zelf de deur open en keek de kikker verbaasd aan: ‘Wat moet dat hier?’ vroeg hij aan de groene, modderige kikker, beneden aan zijn voeten. ‘Uw dochter heeft mij een kwusje beloofd!’ kwaakte de kikker op een norse manier. De Koning werd onmiddelijk woedend en liep stampvoetend naar boven, naar de slaapkamer van de prinses. Hij gooide de slaapkamerdeur open en bulderde: ‘Als je iemand iets beloofd, moet je die belofte ook nakomen! Ga nu maar gauw naar beneden om die kikker een kusje te geven!’
Het prinsesje liep naar beneden en zag de kikker bij de open deur staan. Ze zette de kikker op haar vlakke hand en in de oogjes van de kikker, zag ze iets wat ze nog nooit gezien had! Wat er toen met haar gebeurde wist ze niet.
Het prinsesje plaatste zachtjes haar rode-roze lipjes op de brede kikkerbek van de kikker. WOESJ! Daar stond ineens een prins met prachtige groene ogen. De mond van de prinses viel open van verbazing. ‘Ooit ben ik door een of andere heks verandert in een kikker’, zei de prins. ‘Jouw kus heeft die betovering verbroken!’, zei de Kikkerkoning en hij gaf het prinsesje zo’n lieve kwus dat ze op slag verliefd op hem werd. Niet veel later trouwden ze in het kasteel, waar een geweldig feestmaal werd opgediend. ‘Kwaakt heerlijk’, kwakte de prins, ‘Eerlijk kwaar!’ ‘Zullen we nu naar de slaapkamer gaan?, vroeg de Kikkerkoning, ‘Dan kan ik mijn kwakje kwijt!’ ‘Dat is goed! zei de prinses en ze leefden samen nog lang en gelukkig.